De Narcisbinderij ontmaskerd

De Richthofen-collectie zou eigenlijk de Wierdsma-collectie moeten heten. Het was namelijk een eerdere eigenaar, de Friese jurist Petrus Wierdsma Sr. (1729-1811), die de handschriften voor het eerst bij elkaar bracht en die wellicht ook de grootste stempel op de collectie drukte. Dat laatst bijna in letterlijke zin; hij voorzag de handschriften ten dele van inhoudsopgaven en registers en liet deze meebinden in nieuwe banden. In de jaren 1780 zijn zeker vijf van de tien handschriften werden in opdracht van Wierdsma herbonden. Maar, door wie?

Herre de Vries vergeleek de sober gedecoreerde banden met het stempelcorpus dat boekbanddeskundige Jan Storm van Leeuwen samenstelde voor zijn monumentale Dutch Decorated Bookbinding in the Eighteenth Century (2006). Hiermee wist Herre de banden te koppelen aan binders met de noodnamen 'Friese Prijsbinderij' en 'Narcisbinderij'.

Met het bestuderen van contextueel archief uit de collectie van Tresoar, zoals de rekeningboeken van Friesmastate, wist Herre de mogelijke persoon achter de Narsisbinderij te identificeren: Roelof Hunia (ca. 1722 - 1803). Vervolgens gaven onder andere de authorisatie- en hypotheekboeken uit het Historisch Centrum Leeuwarden meer inzicht in de levenswandel van deze Leeuwarder meesterboekbinder.

Op 14 december jl. presenteerde Herre de voorlopige uitkomsten uit zijn onderzoek voor leden van het Belgisch-Nederlands Boekbandengenootschap en andere belangstellenden. Herre's zoekproces laat zien welke mogelijkheden deze combinatie van boekbanden- en archiefonderzoek biedt bij de identificatie van anonieme boekbinders en het verschaffen van inzicht in hun werkwijze, netwerken en levenswandel. Terugkijken kan hier. Voor een beknopte tekstuele versie gaat u naar Tresoar’s Letterhoeke 2020-3, pp. 16-17.

Bron.